Wie gaat iets doen?

Wij gaan straks uit eten.

Wie gaan straks uit eten?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Mijn tante

Piet

De kinderen

Wij

De buurman

Onze vrienden gaan deze zomer kamperen.

Wie gaan deze zomer kamperen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Mijn ouders

Mijn broer

Onze vrienden

De jongens

Mijn collega

Piet gaat morgen verhuizen.

Wie gaat morgen verhuizen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Piet

De jongens

Mijn tante

Onze vrienden

Mijn broer

Mijn ouders gaan vanmiddag fietsen.

Wie gaan vanmiddag fietsen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Mijn ouders

Wij

De kinderen

Mijn collega

De buurman

Mijn broer gaat volgend jaar op reis.

Wie gaat volgend jaar op reis?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

De jongens

Mijn broer

Mijn collega

De buurman

De kinderen

De jongens gaan vandaag hockeyen.

Wie gaan vandaag hockeyen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Mijn ouders

Onze vrienden

De jongens

Wij

Piet

Mijn tante gaat woensdag hard lopen.

Wie gaat woensdag hardlopen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Mijn broer

Wij

Mijn collega

Mijn ouders

Mijn tante

Mijn collega gaat zaterdag tennissen

Wie gaat zaterdag tennissen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Mijn tante

Piet

Mijn collega

De buurman

De kinderen

De buurman gaat overmorgen koffie drinken

Wie gaat overmorgen koffie drinken?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

De buurman

Onze vrienden

Wij

Mijn broer

De kinderen gaan volgende week winkelen.

Wie gaan volgende week winkelen?

Wie gaat iets doen?
Druk op de hulpknop om te zien wat iemand wanneer gaat doen.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

De kinderen

Mijn collega

Mijn tante

Mijn ouders

Piet

Einde Oefening 7

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 9

De lessen 1 t/m 9 zijn een basis om de komende drie thema- lessen (10 t/m 12) goed te kunnen doen. Merkt u dat de thema-lessen nog lastig gaan, herhaal de lessen 1 t/m 9 dan nog zo vaak als nodig.

Tip! Vraag aan uw gesprekspartner of hij eerst het onderwerp wil aangeven vóórdat hij begint te vertellen en leg uit waarom dat zo belangrijk voor u is.

Tip! Als u slechts een deel van de zin hebt begrepen, herhaal dan wat u wél hebt gehoord en vraag door naar wat u nog niet hebt begrepen  (de wie-wat-waar-wanneer vraagzinnen). Dat houdt het gesprek op gang en uw gesprekspartner hoeft alleen te herhalen wat u niet begrepen hebt.

Tip! Geef aan dat het fijn is als iets wordt herhaald als u iets niet hebt begrepen. Bespreek het ook als er te snel wordt herhaald, even een rustmoment is ook belangrijk. Soms hebt u gewoon wat meer tijd nodig voor het spraakafzien. Uw gesprekspartner kan letterlijk herhalen, maar soms is het ook prettig om het nog eens in andere woorden te zeggen.

Naar Hoofdmenu