Lessen

1
Reeksen

In les 1 begint u met het oefenen van bekende reeksen (dagen, maanden, getallen). Dat is vaak gemakkelijk omdat u weet uit welke woorden de reeks bestaat.

1.10
2
Categorieën

In les 2 oefent u woorden uit bepaalde categorieën, zoals provincies, plaatsnamen en landen. Als u weet in welke categorie het woord voorkomt, kunt u sneller zien wat er wordt gezegd.

3
Lipklanken, ronde klinkers, lettergrepen

In les 3 oefent u de mondbeelden die het gemakkelijkst te herkennen zijn.

alternate text
lipklanken
p-b-m
alternate text
ronde klinkers
oe-uu-oo-eu-o-u

Lipklanken p-b-m

Bij deze klanken zijn de lippen op elkaar. Er kan een klein verschil in mondbeeld te zien zijn tussen de m, b of p omdat de m aangehouden kan worden.

Ronde klinkers oe-uu-oo-eu-o-u

Bij deze klinkers zijn de lippen gerond.

Er zijn kleine verschillen te zien tussen de mondopeningen van de verschillende ronde klinkers. Van oe naar u wordt de opening in de mond steeds een beetje groter.

 

Voor het overzicht van alle mondbeelden klik hier

4
Liptandklanken en open klinkers

In les 4 oefent u de mondbeelden die ook goed te herkennen zijn.

liptandklanken
f-v-w
open klinkers
aa-a

Liptandklanken f-v-w

Bij de liptandklanken raken de onderlip en boventanden elkaar.

NB: In bepaalde dialecten of delen van Nederland wordt de w met een ronde mond gemaakt.

Open klinkers aa-a

Bij de open klinkers is de mond wijd open.

Er is een klein verschil te zien tussen de mondopening van de aa en de a. De mond is bij de aa net iets verder open dan bij de a.

 

Voor het overzicht van alle mondbeelden klik hier

5
Tongpuntklanken en brede klinkers

In les 5 oefent u de mondbeelden die iets minder goed te herkennen zijn dan de mondbeelden uit les 3 en les 4.

tongpuntklanken
l-n
tongpuntklanken
t-d
tongpuntklanken
s-z
tongpuntklank
r

Tongpuntklanken l-n-t-d-s-z en tongpunt-r

Bij de tongpuntklanken raakt de tongpunt de ribbels tegen het gehemelte, net achter de voortanden.

Er zijn verschillen te zien tussen de verschillende tongpuntklanken:

l-n: de onderkant van de tong is duidelijk zichtbaar

t-d: de tongpunt valt met een korte beweging naar beneden

s-z: de mond is minder open dan bij de andere tongpuntklanken waardoor de tong nauwelijks of niet te zien is.

tongpunt-r: De tongpunt maakt korte, trillende bewegingen tegen de ribbels achter de boventanden. De r wordt door veel mensen op een andere manier uitgesproken ( zie les 7).

 

brede klinkers
ie-ee-i-e

Brede klinkers ie-ee-i-e

Bij de brede klinkers is de mond half tot bijna gesloten.

Er zijn kleine verschillen te zien tussen de grootte van de mondopening en de breedte van de lippen tussen de verschillende brede klinkers. Van ie naar e wordt de opening in de mond steeds een beetje groter en de mond steeds iets minder breed.

 

Voor het overzicht van alle mondbeelden klik hier

6
Tweeklanken

In les 6 oefent u de mondbeelden van de tweeklanken.

 

tweeklank au-ou
tweeklank ei-ij
tweeklank ui
tweeklank aai
tweeklank ooi
filmpje oei
tweeklank eeuw
tweeklank ieuw
tweeklank uw

Tweeklanken au/ou-ei/ij-ui, aai-ooi-oei, eeuw-ieuw-uw

We spreken over tweeklanken als de klank gemaakt wordt door twee klinkers die in elkaar overvloeien. Tijdens de uitspraak van een tweeklank is de beweging van de ene naar de andere klinker zichtbaar.

au/ou: a vloeit over in oe

ei/ij: e vloeit over in ie

ui: eu (van freule) vloeit over in uu

aai: aa vloeit over in ie

ooi: oo vloeit over in ie

oei: oe vloeit over in ie

eeuw: ee vloeit over in oe

ieuw: ie vloeit over in oe

uw: uu vloeit over oe

Voor het overzicht van alle mondbeelden klik hier

7
Onzichtbare klanken en herhaling mondbeelden

In les 7 worden de onzichtbare klanken besproken en alle mondbeelden herhaald. Als u afhankelijk bent van spraakafzien is het goed om te beseffen welke klanken u nooit kunt zien. Onderstaande klanken zult u dus altijd zelf moeten ‘invullen’, geholpen door lichaamstaal en te letten op de situatie waarin iets wordt gezegd.

Onzichtbare medeklinkers sj-zj-j-g-ch-k-ng-h en huig-r

Deze medeklinkers worden achter in de mond gemaakt, bijvoorbeeld door het achterste gedeelte van de tong te heffen tegen het achterste deel van het gehemelte, de keel iets te vernauwen of de huig te laten trillen. Deze bewegingen kun je niet zien. Wat je tijdens de uitspraak van deze medeklinkers wel ziet, is het mondbeeld van de klinker dat vóór of ná de onzichtbare medeklinker komt. Als dit een open klinker is, zie je wel dat de tongpunt laag in de mond rust.

Onzichtbare klinker ‘doffe e‘

De doffe e is de meest voorkomende klank in de Nederlandse taal. Deze u-achtige klank wordt vaak als een e geschreven (zoals in vader, de, je, gedaan), maar ook als i en ij in de uitgangen -ig en -lijk (zoals in aardig, moeilijk). Bij de uitspraak van de doffe e zijn de spieren in de mond in rust en deze klank heeft dus ook nooit een klemtoon.

Voor het overzicht van alle mondbeelden klik hier

8
Klemtonen, lichaamstaal en foto’s

In les 8 wordt aandacht besteed aan de extra informatie die u tijdens een gesprek kunt opvangen, waardoor het spraakafzien gemakkelijker gaat.

Zo kan de klemtoon u helpen bij het spraakafzien van een woord of zin. Lettergrepen met een klemtoon worden net iets langer en meer gearticuleerd uitgesproken. Zo ontstaat er een ritme in een woord. Bijvoorbeeld: Het ritme in eigenwijs is kort-kort-lang, terwijl het ritme in eigenlijk lang-kort-kort is.

Ook lichaamstaal en afbeeldingen, zoals foto’s, kunnen het spraakafzien ondersteunen.

9
Informatie over het gespreksonderwerp

In les 9 zult u ervaren dat spraakafzien een stuk gemakkelijker wordt als u vooraf weet waarover het gesprek gaat. Ook merkt u dat zinnen in een voorspelbare situatie, of zinnen waarvan u al een deel weet, gemakkelijker te herkennen zijn.



Thema's

Wij raden aan om eerst les 1 t/m 9 te doen voordat u begint met de thema's.


U kunt het lessenoverzicht printen en daarin zelf de goedscores bijhouden.