Kleine verschillen zien tussen zinnen: au/ou, ei/ij of ui

Ik eet een ei.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Ik eet een ei.

Ik eet een ui.

Ik ga naar die fuif.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Ik ga naar die vijf.

Ik ga naar die fuif.

Ik kijk naar die dijk.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Ik kijk naar die duik.

Ik kijk naar die dijk.

Hoe gaat het met de bouw?

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Hoe gaat het met de bouw?

Hoe gaat het met de bij?

De jongen speelt met kruit.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

De jongen speelt met kruit.

De jongen speelt met krijt.

Hij zoekt de hijskraan.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Hij zoekt de hijskraan.

Hij doet de kous aan.

De ruiters zijn in het bos.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

De rijders zijn in het bos.

De ruiters zijn in het bos.

Die jongen zit op mijn huid.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Die jongen zit op mijn huid.

Die jongen zit op mijn hout

Ik ben helemaal blauw.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Ik ben helemaal blij

Ik ben helemaal blauw.

Ik houd van kruiden.

Welke zin zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui.

Ik houd van kruiden.

Ik houd van krijten.

Einde Oefening 6

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 6

Alle zichtbare klanken zijn nu behandeld. Veel oefening is nodig om de kennis van deze verschillende mondbeelden te gebruiken voor het volgen van een gesprek. Ga dus vooral verder met de volgende lessen.

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u nu de bewegingen van de tweeklanken in de woorden en zinnen herkent.

Tip! De tot nu toe behandelde klanken kunt u regelmatig zelf voor de spiegel zeggen om te kijken (en voelen) hoe deze klanken worden gemaakt. Spreek de t dan uit als t en niet als tee, de f als fff en niet als ef. Kijk ook vooral hoe de verschillende klanken eruit zien in woorden en zinnen.

Naar Hoofdmenu