Tweeklanken au/ou, ei/ij of ui in zinnen

De oude vrouw rilt van de kou.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

In de wei staat een klein geitje.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Paul en Wouter klauteren op de oude gebouwen.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Het huis staat in de uiterwaarden.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Hij is eigenaar van die slijterij.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Hij krijgt altijd gelijk.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Laura houdt van bloemkool met saus.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Gebakken ui ruikt zo lekker.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Wij gaan in mei zeilen.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Ik was ruim voor de regenbui thuis.

Welke tweeklank komt vaak voor in de zin: au/ouei/ij of ui? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

au/ou

ei/ij

ui

Einde Oefening 5

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 6

Alle zichtbare klanken zijn nu behandeld. Veel oefening is nodig om de kennis van deze verschillende mondbeelden te gebruiken voor het volgen van een gesprek. Ga dus vooral verder met de volgende lessen.

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u nu de bewegingen van de tweeklanken in de woorden en zinnen herkent.

Tip! De tot nu toe behandelde klanken kunt u regelmatig zelf voor de spiegel zeggen om te kijken (en voelen) hoe deze klanken worden gemaakt. Spreek de t dan uit als t en niet als tee, de f als fff en niet als ef. Kijk ook vooral hoe de verschillende klanken eruit zien in woorden en zinnen.

Naar Hoofdmenu