Kleine verschillen zien tussen woorden: au/ou, ei/ij of ui

saus

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

wijd

zeis

saus

woud

Let op de verschillen tussen de tweeklanken ei/ij en ou/au. Maar ook op het eerste mondbeeld van het woord. Zie je een liptandklank of een tongpuntklank?

krijt

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

krijt

fuif

kruid

vijf

hout

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

zout

huid

zuid

hout

buiten

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

buiten

bijten

slijten

sluiten

grijs

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

prijs

bruis

kruis

grijs

muisje

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

muisje

huisje

meisje

ijsje

drijven

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

druiven

strijken

drijven

struiken

zuid

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

zuid

zout

lijk

luik

mouw

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

vrouw

mei

mouw

vrij

lui

Welk woord zie je? Kijk goed naar de verschillen tussen de tweeklanken au/ou, ei/ij en ui, maar let ook op de medeklinkers.

lui

ui

gauw

lauw

Einde Oefening 4

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 6

Alle zichtbare klanken zijn nu behandeld. Veel oefening is nodig om de kennis van deze verschillende mondbeelden te gebruiken voor het volgen van een gesprek. Ga dus vooral verder met de volgende lessen.

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u nu de bewegingen van de tweeklanken in de woorden en zinnen herkent.

Tip! De tot nu toe behandelde klanken kunt u regelmatig zelf voor de spiegel zeggen om te kijken (en voelen) hoe deze klanken worden gemaakt. Spreek de t dan uit als t en niet als tee, de f als fff en niet als ef. Kijk ook vooral hoe de verschillende klanken eruit zien in woorden en zinnen.

Naar Hoofdmenu