Brede klinkers in woorden

oktober - december - maart

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

maart - april - augustus

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

zondag - maandag - dinsdag

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

NoordHolland - Brabant - Friesland

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Utrecht - Amsterdam - Gouda

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Zwolle - Heerenveen - Rotterdam

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Kees - Hans - Johan

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Daan - Hugo - Nick

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Sara - Eva - Laura

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Sofie - Noor - Anouk

Je ziet 3 woorden. In welk woord zit een brede klinker (ie-ee-i-e)? Je hoeft de woorden niet te herkennen.

1e woord

2e woord

3e woord

Einde Oefening 8

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 5

Nu u al veel mondbeelden geleerd hebt, zult u vast al steeds meer mondbeelden herkennen tijdens een gesprek. Houd er rekening mee dat u nooit alle geoefende mondbeelden zult herkennen. Omliggende klanken kunnen het zicht in de mond onmogelijk maken. Bovendien worden de klanken in een gesprek in een zeer snel tempo achter elkaar uitgesproken. Het helpt natuurlijk wel als uw gesprekspartner rustig en duidelijk spreekt.

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u tongpuntklanken l-n-t-d-s-z-r en de brede, meer gesloten klinkers ie-ee-i-e herkent in de woorden en zinnen. 

Tip! Probeer te ontdekken welke r mensen om u heen gebruiken. Kunt u de r zien, dan is het een tongpunt-r.

Tip! Kijk welke klanken u het beste recht-voor of juist meer van opzij bij uw gesprekspartner kunt afzien.

Naar Hoofdmenu