Mondbewegingen nadoen - tongpuntklanken

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

l-n: lied niet   hallo kano   bel ben

De mondbeelden van n en l zijn precies hetzelfde. Je hoort en voelt verschil, maar je ziet het niet. Het enige verschil is dat bij n de lucht via de neus gaat en bij l via de mond (dat merk je als je de klanken uitspreekt terwijl je de neus dichtknijpt).

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

l-n:  lied niet   hallo kano   bel ben

Soms zijn tongpuntklanken beter te zien als je van opzij naar iemand kijkt.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

l-n: Ik kan niet meer lezen zonder leesbril.

Soms kun je de tongpuntklanken niet zien. Het hangt af van de klanken die er omheen staan. Bijvoorbeeld de l in bril is nauwelijks of niet te zien door de gesloten i-klank. Tongpuntklanken zijn het beste te zien als er een open klinker aa-a voor of achter staat.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

l-n: Ik kan niet meer lezen zonder leesbril.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

t-d:  teen deen   later lader   pet

De mondbeelden van t en d zijn precies hetzelfde. Je hoort en voelt verschil, maar je ziet het niet. Het verschil is dat bij d de stembanden worden gebruikt en bij t niet (dat verschil kun je voelen door je vingers tegen je adamsappel te leggen terwijl je de klanken zegt).

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

t-d: teen deen   later lader   pet

Let op! Soms kun je de tongpuntklanken niet zien. Het hangt af van de klanken die er omheen staan. Bijvoorbeeld:  Er zit een pit in mijn mandarijn. Door de i klank die met een brede, vrij dichte mond wordt uitgesproken, zie je de t niet zo goed of niet.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

t-d: Zet mij maar af in het centrum van de stad.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

t-d: Zet mij maar af in het centrum van de stad.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

s-z: saai zaai   messen mezen   bas

De mondbeelden van s en z zijn precies hetzelfde. Je hoort en voelt verschil, maar je ziet het niet. Het enige verschil is dat bij z de stembanden worden gebruikt en bij s niet (dat verschil kun je voelen door je vingers tegen je adamsappel te leggen terwijl je de klanken zegt).

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

s-z: saai zaai   messen mezen   bas

Het verschil tussen de s-z met andere tongpuntklanken is, dat bij s-z de tongpunt iets zakt zodat er lucht langs kan gaan. Bij de andere tongpuntklanken raakt de tongpunt wel echt de ribbels op het gehemelte achter de boventanden.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

s-z: Welke bus gaat naar Zandvoort aan Zee?

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

s-z: Welke bus gaat naar Zandvoort aan Zee?

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

r: rang rem beraad leraar gaar beer

De klank r wordt op veel verschillende manieren gemaakt. De tongpunt-r is de enige r die zichtbaar is bij het spraakafzien. De tongpunt trilt dan tegen de ribbels op het gehemelte achter de boventanden.

Een andere manier om de r te maken is door de huig te laten trillen (huig-R). Ook wordt de r vaak maar half afgemaakt, de tongpunt krult wat naar achteren of wordt helemaal weggelaten.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

r: rang rem beraad leraar gaar beer

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

r: Die rozen ruiken lekker.

Doe mee met de mondbewegingen. Voel hoe en waar je in het woord of de zin een tongpuntklank (l-n-t-d-s-z-tongpunt-r) maakt.

r: Die rozen ruiken lekker.

Einde Oefening 1

Volgende oefening

Einde Les 5

Nu u al veel mondbeelden geleerd hebt, zult u vast al steeds meer mondbeelden herkennen tijdens een gesprek. Houd er rekening mee dat u nooit alle geoefende mondbeelden zult herkennen. Omliggende klanken kunnen het zicht in de mond onmogelijk maken. Bovendien worden de klanken in een gesprek in een zeer snel tempo achter elkaar uitgesproken. Het helpt natuurlijk wel als uw gesprekspartner rustig en duidelijk spreekt.

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u tongpuntklanken l-n-t-d-s-z-r en de brede, meer gesloten klinkers ie-ee-i-e herkent in de woorden en zinnen. 

Tip! Probeer te ontdekken welke r mensen om u heen gebruiken. Kunt u de r zien, dan is het een tongpunt-r.

Tip! Kijk welke klanken u het beste recht-voor of juist meer van opzij bij uw gesprekspartner kunt afzien.

Naar Hoofdmenu