Open klinkers in zinnen

De boot vaart over de Maas.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

Maandag ga ik op vakantie naar Frankrijk.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

M'n oma woont in Amsterdam.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

Jan laat zijn baard staan.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

Maart roert zijn staart.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

We gaan schaatsen op de schaatsbaan.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

De visboer verkoopt paling, haring en garnalen.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

In het najaar zie je weinig wandelaars.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

In de maanden maart en april kan het vaak regenen.

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

Wat ga je doen?

Hoeveel keer zie je een open klinker (a-aa) in de zin? Je hoeft de zin niet te herkennen.

1 keer

2 keer

3 keer

4 keer

5 keer

6 keer

7 keer

Einde Oefening 9

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 4

Nu u de mondbeelden liptandklanken en open klinkers hebt geleerd, zult u zien dat u deze al gaat herkennen tijdens een gesprek. 

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u de liptandklanken f-v-w  en de open klinkers aa-a nu herkent in de woorden en zinnen. 

Naar Hoofdmenu