Getallen 1 t/m 31

7

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

7

28

30

12

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

12

18

21

29

24

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

2

16

24

27

30

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

4

17

30

31

15

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

15

18

23

28

6

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

6

12

20

22

31

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

8

11

25

31

28

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

3

10

19

28

11

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

8

11

26

31

5

Welk getal zie je (1 t/m 31) ?

5

14

21

29

Einde Oefening 9

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 1

Heeft u nog moeite met sommige reeksen?  In les 3 t/m 7 krijgt u uitleg over de verschillende mondbeelden. Daarna kunt u de reeksen in les 1 beter afzien. 

 

tip! Kunt u in een gesprek een naam of getal niet goed afzien?  Bedenk andere manieren. Laat het opschrijven, bedenk samen een naamgebaar voor een persoon of gebruik het handalfabet  (het verschil tussen juni en juli kunt u bijvoorbeeld aangeven door met de vingers een L te vormen bij juli).

tip! Maak zelf een rijtje met data die belangrijk voor u zijn. Oefen deze door dit rijtje te laten opnoemen door uw gesprekspartner. 

 

Naar Hoofdmenu