Getallen 1 t/m 10

negen

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

acht

negen

zeven

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

twee

zeven

7 en 9 worden wel eens door elkaar gehaald. Toch is er een verschil te zien. Als je goed kijkt, zie je dat bij 7 in het midden de onderlip de boventanden raakt.

vier

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

vier

zes

zeven

negen

twee

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

twee

drie

vijf

negen

tien

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

vier

zes

zeven

tien

zes

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

drie

zes

acht

negen

één

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

één

twee

drie

vier

vijf

zes

zeven

acht

negen

tien

vijf

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

één

twee

drie

vier

vijf

zes

zeven

acht

negen

tien

5 begint én eindigt met de onderlip tegen de boventanden.

acht

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

één

twee

drie

vier

vijf

zes

zeven

acht

negen

tien

8 heeft als enige een open klinker; de mond gaat wijd open.

drie

Welk getal zie je (1 t/m 10) ?

één

twee

drie

vier

vijf

zes

zeven

acht

negen

tien

Einde Oefening 6

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 1

Heeft u nog moeite met sommige reeksen?  In les 3 t/m 7 krijgt u uitleg over de verschillende mondbeelden. Daarna kunt u de reeksen in les 1 beter afzien. 

 

tip! Kunt u in een gesprek een naam of getal niet goed afzien?  Bedenk andere manieren. Laat het opschrijven, bedenk samen een naamgebaar voor een persoon of gebruik het handalfabet  (het verschil tussen juni en juli kunt u bijvoorbeeld aangeven door met de vingers een L te vormen bij juli).

tip! Maak zelf een rijtje met data die belangrijk voor u zijn. Oefen deze door dit rijtje te laten opnoemen door uw gesprekspartner. 

 

Naar Hoofdmenu