Maanden van het jaar

januari

Welke maand zie je?

januari

juli

april

februari

mei

maart

juli

Welke maand zie je?

juli

augustus

september

december

november

oktober

april

Welke maand zie je?

december

januari

juni

april

oktober

augustus

december

Welke maand zie je?

april

november

januari

februari

augustus

december

juni

Welke maand zie je?

oktober

juni

september

mei

februari

maart

maart

Welke maand zie je?

november

juli

september

mei

februari

december

augustus

oktober

januari

april

juni

maart

Maart en mei worden vaak door elkaar gehaald. Ze zien er bijna hetzelfde uit. Als je goed kijkt zie je bij een duidelijke spreker wel kleine verschillen. Zo zie je aan het einde bij maart de tongpunt omhoog gaan.

augustus

Welke maand zie je?

maart

mei

december

juli

november

april

juni

september

augustus

oktober

januari

februari

oktober

Welke maand zie je?

december

maart

november

mei

augustus

juli

februari

september

juni

januari

oktober

april

februari

Welke maand zie je?

maart

september

juli

februari

oktober

augustus

juni

december

april

januari

mei

november

september

Welke maand zie je?

juli

juni

maart

november

oktober

februari

augustus

september

april

januari

mei

december

Einde Oefening 5

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 1

Heeft u nog moeite met sommige reeksen?  In les 3 t/m 7 krijgt u uitleg over de verschillende mondbeelden. Daarna kunt u de reeksen in les 1 beter afzien. 

 

tip! Kunt u in een gesprek een naam of getal niet goed afzien?  Bedenk andere manieren. Laat het opschrijven, bedenk samen een naamgebaar voor een persoon of gebruik het handalfabet  (het verschil tussen juni en juli kunt u bijvoorbeeld aangeven door met de vingers een L te vormen bij juli).

tip! Maak zelf een rijtje met data die belangrijk voor u zijn. Oefen deze door dit rijtje te laten opnoemen door uw gesprekspartner. 

 

Naar Hoofdmenu