Waar naar toe? (in zinnen)

Vrijdag 20 september ga ik naar Heerenveen.

Vrijdag 20 september ga ik naar .....................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Heerenveen

Zwolle

Gouda

Emmeloord

Maandag 15 januari ga ik naar Amsterdam.

Maandag 15 januari ga ik naar ....................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Emmeloord

Heereveen

Zwolle

Amsterdam

Houd er rekening mee dat in zinnen lettergrepen soms wat kunnen wegvallen. Maandag 15 januari ga ik naar Amsterdam. Het getal 15 kan lijken op het getal 5. Laat getallen daarom altijd opschrijven om misverstanden te voorkomen!

Donderdag 8 oktober ga ik naar Gouda.

Donderdag 8 oktober ga ik naar ...................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Gouda

Vlissingen

Eindhoven

Utrecht

Maandag 12 november ga ik naar Zwolle.

Maandag 12 november ga ik naar ..................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Zwolle

Emmeloord

Amsterdam

Vlissingen

Woensdag 10 april ga ik naar Venlo.

Woensdag 10 april ga ik naar ....................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Gouda

Heerenveen

Venlo

Rotterdam

Dinsdag 4 maart ga ik naar Utrecht.

Dinsdag 4 maart ga ik naar .....................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Zwolle

Venlo

Utrecht

Gouda

Zaterdag 18 juli ga ik naar Eindhoven

Zaterdag 18 juli ga ik naar ....................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Eindhoven

Venlo

Utrecht

Heerenveen

Houd er rekening mee dat in zinnen lettergrepen soms wat kunnen wegvallen. Bijvoorbeeld in de zin: Zaterdag 18 juli ga ik naar Eindhoven. Het getal 18 kan lijken op het getal 8. Laat getallen daarom altijd opschrijven om misverstanden te voorkomen!

Zondag 9 augustus ga ik naar Rotterdam.

Zondag 9 augustus ga ik naar .......................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Vlissingen

Amsterdam

Rotterdam

Eindhoven

Zaterdag 23 februari ga ik naar Emmeloord.

Zaterdag 23 februari ga ik naar ....................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Emmeloord

Zwolle

Rotterdam

Amsterdam

Woensdag 30 mei ga ik naar Vlissingen.

Woensdag 30 mei ga ik naar .......................

Waar ga ik naartoe?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welke dag en datum ik iets ga doen. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

Venlo

Vlissingen

Utrecht

Eindhoven

Einde Oefening 8

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 2

Zijn de oefeningen in les 2 nog (te) moeilijk? Geen paniek. U zult zien dat het na de oefeningen in les 3 t/m 7, waarin de verschillende mondbeelden worden geoefend, een stuk beter gaat.

Tip! Schrijf plaatsnamen of landen op die voor u belangrijk zijn. Voel hoe de mondbewegingen gaan en oefen ze daarna met uw gesprekspartner.

Naar Hoofdmenu