Aanvulzinnen

Werkt dat meisje in het ziekenhuis?

Werkt dat meisje in.......?

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

het ziekenhuis

een garage

een tandartspraktijk

een winkel

Zij lacht naar haar broer.

Zij lacht naar haar.....

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

tante

zus

broer

leraar

Is hij niet op vakantie?

Is hij niet.......?

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

op vakantie

naar zijn vriendin

naar de kerk

naar zijn werk

Zij zit op een strandstoel.

Zij zit op.........

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

een strandstoel

een zitzak

haar bed

schoot bij haar moeder.

Die rode broek is lelijk.

Die rode broek is........

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

lelijk

te strak

vaal

te klein

Werkt dat meisje in een garage?

Werkt dat meisje in....?

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

een tandartspraktijk

Een winkel

het ziekenhuis

een garage

Zij lacht naar haar zus.

Zij lacht naar haar.....

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

broer

leraar

tante

zus

Is hij niet naar zijn werk?

Is hij niet.......?

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

naar zijn werk

naar zijn vriendin

naar de kerk

op vakantie

Zij zit op haar bed.

Zij zit op........

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

een zitzak

haar bed

een strandstoel

schoot bij haar moeder.

Die rode broek is te strak.

Die rode broek is.....

Welke zin zie je?
Kijk eerst en bedenk voor jezelf welke zin het zou kunnen zijn.
Druk op de hulpknop om de aanvulzin te zien.
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

te klein

vaal

lelijk

te strak

Einde Oefening 5

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 9

De lessen 1 t/m 9 zijn een basis om de komende drie thema- lessen (10 t/m 12) goed te kunnen doen. Merkt u dat de thema-lessen nog lastig gaan, herhaal de lessen 1 t/m 9 dan nog zo vaak als nodig.

Tip! Vraag aan uw gesprekspartner of hij eerst het onderwerp wil aangeven vóórdat hij begint te vertellen en leg uit waarom dat zo belangrijk voor u is.

Tip! Als u slechts een deel van de zin hebt begrepen, herhaal dan wat u wél hebt gehoord en vraag door naar wat u nog niet hebt begrepen  (de wie-wat-waar-wanneer vraagzinnen). Dat houdt het gesprek op gang en uw gesprekspartner hoeft alleen te herhalen wat u niet begrepen hebt.

Tip! Geef aan dat het fijn is als iets wordt herhaald als u iets niet hebt begrepen. Bespreek het ook als er te snel wordt herhaald, even een rustmoment is ook belangrijk. Soms hebt u gewoon wat meer tijd nodig voor het spraakafzien. Uw gesprekspartner kan letterlijk herhalen, maar soms is het ook prettig om het nog eens in andere woorden te zeggen.

Naar Hoofdmenu