Tweeklanken aai, ooi of oei in zinnen

De boer zaait en maait.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

De jongen kreeg een mooie fooi.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Ik ben erg vermoeid, maar het was de moeite waard.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Jan zwaait naar de kraai.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Mama naait een fraaie bloes.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Ik leg vers hooi in de kooi van de ooi.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

De koeien loeien in de stal.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Ik maak een mooie indianentooi.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Het is boeiend om de bloemen te zien groeien en bloeien.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

De papegaai eet een stukje appelvlaai.

Welke tweeklank komt voor in de zin: aai, ooi of oei? Je hoeft de zinnen niet te herkennen.

aai

ooi

oei

Einde Oefening 8

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 6

Alle zichtbare klanken zijn nu behandeld. Veel oefening is nodig om de kennis van deze verschillende mondbeelden te gebruiken voor het volgen van een gesprek. Ga dus vooral verder met de volgende lessen.

Tip! Doe de oefeningen van les 1 en 2 nog eens. Kijk of u nu de bewegingen van de tweeklanken in de woorden en zinnen herkent.

Tip! De tot nu toe behandelde klanken kunt u regelmatig zelf voor de spiegel zeggen om te kijken (en voelen) hoe deze klanken worden gemaakt. Spreek de t dan uit als t en niet als tee, de f als fff en niet als ef. Kijk ook vooral hoe de verschillende klanken eruit zien in woorden en zinnen.

Naar Hoofdmenu