Welke dag? (in zinnen)

Woensdag 10 april ga ik naar Venlo.

............ 10 april ga ik naar Venlo.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

donderdag

woensdag

vrijdag

dinsdag

.............12 november ga ik naar Zwolle.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

vrijdag

zaterdag

zondag

maandag

Donderdag 8 oktober ga ik naar Gouda.

.............. 8 oktober ga ik naar Gouda.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

maandag

dinsdag

vrijdag

donderdag

Woensdag 30 mei ga ik naar Vlissingen.

............. 30 mei ga ik naar Vlissingen.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

zaterdag

woensdag

zondag

dinsdag

Zondag 9 augustus ga ik naar Rotterdam.

............. 9 augustus ga ik naar Rotterdam.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

vrijdag

zondag

donderdag

woensdag

Maandag 15 januari ga ik naar Amsterdam.

..............15 januari ga ik naar Amsterdam.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

donderdag

zaterdag

maandag

woensdag

Houd er rekening mee dat in zinnen lettergrepen soms wat kunnen wegvallen. Bijvoorbeeld in de zin: Maandag 15 januari ga ik naar Amsterdam. Het getal 15 kan lijken op het getal 5. Laat getallen daarom altijd opschrijven om misverstanden te voorkomen!

Zaterdag 23 februari ga ik naar Emmeloord.

.............. 23 februari ga ik naar Emmeloord.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

zaterdag

zondag

vrijdag

maandag

............. 20 september ga ik naar Heerenveen.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

dinsdag

vrijdag

woensdag

maandag

Dinsdag 4 maart ga ik naar Utrecht.

...............4 maart ga ik naar Utrecht.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

vrijdag

zaterdag

dinsdag

donderdag

Zaterdag 18 juli ga ik naar Eindhoven.

.............. 18 juli ga ik naar Eindhoven.

Welke dag ga ik weg?
Elke zin bestaat uit een dag, een datum en een plaatsnaam. 
Druk op de hulpknop om te zien op welk datum ik waar naar toe ga. 
Bekijk het filmpje nog een keer en maak dan een keuze.

dinsdag

maandag

zondag

zaterdag

Houd er rekening mee dat in zinnen lettergrepen soms wat kunnen wegvallen. Bijvoorbeeld in de zin: Zaterdag 18 juli ga ik naar Eindhoven. Het getal 18 kan lijken op het getal 8. Laat getallen daarom altijd opschrijven om misverstanden te voorkomen!

Einde Oefening 9

Je hebt een score behaald van:

0%
Volgende oefening

Einde Les 2

Zijn de oefeningen in les 2 nog (te) moeilijk? Geen paniek. U zult zien dat het na de oefeningen in les 3 t/m 7, waarin de verschillende mondbeelden worden geoefend, een stuk beter gaat.

Tip! Schrijf plaatsnamen of landen op die voor u belangrijk zijn. Voel hoe de mondbewegingen gaan en oefen ze daarna met uw gesprekspartner.

Naar Hoofdmenu